Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen - Rijksuniversiteit Groningen
 
DSC01651-2.jpg

Individualisering, beambtendom en populisme: politieke partijen in de greep van het post-modernisme

(1989) Lucardie, A.P.M.

In: Jaarboek 1988 DNPP, Groningen, (1989), 172-197.


Individualisering is “in”, in Nederland anno 1988. Zoals de meeste modewoorden wordt de term zelden duidelijk omschreven, maar wel globaal door iedereen begrepen. In een studie voor de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid definiëert Jansweijer individualisering als “het proces, waarin de afhankelijkheid van het individu zowel economisch als in normatieve zin, verlegd wordt van zijn directe sociale omgeving naar verder weg gelegen anoniemere verbanden via particuliere relaties, met als gevolg dat de machtsverhouding tussen het individu en zijn directe sociale omgeving gelijker wordt en dat niet zozeer de invloed als wel het sturend vermogen van de sociale omgeving vermindert.”1 Met “directe sociale omgeving” wordt bedoeld: gezin, buurt, kerk, dorp en dergelijke, terwijl men bij “verder weg gelegen anoniemere verbanden” moet denken aan (arbeids)markt of staat. Terwijl relaties in traditionele gemeenschappen een min of meer “totaal” karakter hebben en persoonlijke en zakelijke verhoudingen niet gescheiden worden, zijn ze in anonieme verbanden per definitie onpersoonlijk, meestal beperkt tot één soort interactie - koop en verkoop, bijvoorbeeld - en in die zin “partieel”.




file:Individualisering, beambtendom en populisme

Gebruik a.u.b. deze link om te verwijzen naar dit document:
http://irs.ub.rug.nl/dbi/4415647737ec7


 
To top